HERINNERINGEN

6e editie door Ruud Beins

(Bijgewerkt op: 14-07-2012)

Nu het korte termijn geheugen het wat laat afweten en het lange termijngeheugen beter wordt, denk ik vaker terug aan “hoe alles begon”.
Ik herinner me goed de tijd dat ik als halfwees (mijn vader overleed toen ik 2 jaar was) met mijn moeder en zusje in het Jappenkamp in Malang (Indonesië) zat – een vrouwenkamp.
Ook hoe we bevrijd werden door de Gurga’s, Brits-indische soldaten. We werden getransporteerd naar Semarang en opgevangen door het Rode Kruis.
Daarna ben ik terecht gekomen in Surabaja in het jongens weeshuis Don Bosco. Dit weeshuis bestaat nog steeds; ik ben nog twee keer terug geweest, waarvan eenmaal met Han. De slaapzalen zijn nog hetzelfde: zo’n 40 jongens op zaal. Mijn zusje ging naar het meisjes weeshuis; je zag elkaar niet zo vaak – soms in de weekenden, als we bij oma logeerden.
Begin jaren 50 ben ik naar Nederland gekomen met het repatriëringschip “Johan van Oldenbarneveldt”. In Suez kregen we twee trainingspakken om je warm te houden; die droeg ik over elkaar, want wat vònd ik het koud.
De start in Nederland viel niet mee: gestald bij een pleeggezin in Amsterdam (moeder keerde terug naar Indonesië), begon ik bij de KLM op de afdeling REPA als duvelstoejager, 5½ dag per week. Na mijn diensttijd weer terug bij de KLM en bij een test bleek dat ik commerciële kwaliteiten had. Ik werd geplaatst op het passagekantoor Leidseplein, vandaar naar de afdeling Agentenvoorlichting, waar ik Han leerde kennen.
KLM, een fijne maatschappij, maar in die tijd moeilijk om promotie te maken. Wij wilden sneller vooruit dan KLM kon beantwoorden, dus vertrok ik naar AMEXCO en werd hoofd afdeling Samenstelling en travelmanager op de vliegbasis Soesterberg voor de Amerikaanse soldaten. Han vertrok naar de Lufthansa.
Woonruimte in Amsterdam werd een probleem – trouwplannen – kinderen, etc. Met hulp van een collega van Han belandden wij in Leiden op een dubbeldeks woonboot.
We kregen de leiding over een achttal bussen, die geëxploiteerd moesten worden. Ons eerste kindje werd geboren.
Hoe blij we ook waren met de woonruimte, de werksfeer begon ons steeds meer tegen te staan en na ongeveer een jaar zaten we terug in de reiswereld en op een appartement in Delft. Werk werd gevonden bij Delfland Reisbureau te Delft en Han was in die tijd druk met de kindjes – die kwamen sneller dan de opslag.
Ik werd benaderd door Eurotours, die een IATA-vergunning kreeg en op zoek was naar iemand die de kar kon trekken.
Na zoveel jaren voor anderen te hebben gewerkt, begon het idee iets voor mezelf te beginnen steeds meer te kriebelen en omdat ik ook IATA-tickets verzorgde voor collega’s, kreeg ik de kans om in Oosterhout een reisbureautje over te nemen. Omdat we inmiddels 4 kinderen hadden, kon ik mijn baan niet meteen opgeven, maar met hard werken en een goede gezondheid zijn we erin geslaagd een dijk van een zaak neer te zetten.

Na 25 jaar aanpoten hebben wij het stokje doorgegeven aan Lex en Ton en genieten nu van onze vrijheid.
We spelen buiten, genieten van de kinderen en kleinkinderen en onze hobby REIZEN staat nog steeds hoog in het vaandel.

Twee adviezen die me steeds zijn bijgebleven:

  • je laatste hemd heeft geen zakken, en
  • wie niet kan delen, leert ook niet vermenigvuldigen.

Verschenen bij Nieuwsbulletin nr. 87, 29 juni 2012.

Rob Stroober zal de volgende editie voor zijn rekening nemen.